Opinie: Nederland heeft een Chief of Energy nodig
Energie bepaalt nu of een bedrijf kan uitbreiden, of een woonwijk gebouwd kan worden, of een productieplanning haalbaar is. En daar is dringend een aparte regisseur voor nodig.
Energie is geen operationele bijzaak meer, maar een strategisch vraagstuk dat thuishoort in de directiekamer.
In april werd bekend dat het stroomnet in de regio Utrecht per 1 juli officieel op slot gaat . Niet alleen voor bedrijven: ook nieuwe woningen, kleine ondernemers en huishoudens die een laadpaal willen aansluiten, komen op een wachtlijst. TenneT verwacht dit probleem niet voor 2033 op te lossen. Intussen staan er landelijk al ruim 15 duizend bedrijven en organisaties op een wachtlijst voor stroom.
Ziekenhuizen die willen uitbreiden. Scholen die willen verduurzamen. Fabrieken die willen groeien. De overheid trekt miljarden uit voor nieuwe kabels en transformatorhuisjes. Netbeheerders bouwen harder dan ooit. En toch groeit de wachtrij elk half jaar met duizend nieuwe aanvragen.
Ik snap de frustratie. Maar ik zie ook iets dat in het debat te weinig aandacht krijgt: een aanzienlijk deel van die wachtrij is niet nodig.
De ruimte zit op een andere plek
Ik werk dagelijks met tienduizenden bedrijven en organisaties door heel Nederland. Wat ik consequent zie: bedrijven die wachten op meer netcapaciteit van buiten, terwijl ze de ruimte die ze al hebben niet volledig benutten. Machines die op het piekmoment allemaal tegelijk aanslaan. Lokale opwek die niet slim wordt gecombineerd met opslag. Flexibiliteit die onbenut blijft.
Neem Redevco​, een vastgoedeigenaar met een pand in een netcongestiegebied. De nieuwe huurder had meer stroom nodig dan het net kon leveren. Een batterij in de kelder van het gebouw die ‘s nachts oplaadde, loste het op. Het pand ging open, de huurder heeft energiezekerheid, zonder te wachten op het net.
Wie zijn eigen verbruiksprofiel kent en actief stuurt op piekbelasting, heeft in veel gevallen helemaal geen zwaardere aansluiting nodig. Of in elk geval niet op de termijn waarop hij nu wacht. Het net is vol, maar dat betekent niet dat er geen ruimte is om te groeien. Die ruimte zit achter de meter, in de eigen energie-infrastructuur van bedrijven zelf.
Als CEO van een bedrijf met hoofdkantoor in Utrecht is dit voor mij geen abstract beleidsvraagstuk. Het raakt de stad waar wij werken, de bedrijven om ons heen, en de woningen die er niet komen.
Praktijkvoorbeeld Redevco: winkel openen ondanks netcongestie
Voor een nieuwe ZARA-winkel in Amstelveen was geen extra netcapaciteit beschikbaar. Toch kon de winkel openen. Fudura realiseerde voor vastgoedeigenaar Redevco een batterijoplossing van 1.290 kWh, die ’s nachts oplaadt en overdag energie levert aan de winkel. Zo wordt de bestaande aansluiting slimmer benut en ontstaat ruimte voor groei, zonder te wachten op netverzwaring. Bekijk de case: energieopslag bij ZARA in Amstelveen.​
Energie zonder regie
Hoe komt het dat zo weinig bedrijven dat inzien? De staatssecretaris beschreef het op 2 april in een brief aan de Tweede Kamer: bedrijven focussen op hun primaire bedrijfsprocessen en minder op hun energiehuishouding.
Dat klopt. En het is begrijpelijk. Energie was decennialang een vanzelfsprekendheid: je betaalde de rekening en je dacht er niet meer over na. Maar die tijd is voorbij. Energie bepaalt nu of een bedrijf kan uitbreiden, of een woonwijk gebouwd kan worden, of een productieplanning haalbaar is. Het is uitgegroeid tot een strategische factor voor groei en continuïteit. Alleen gedraagt het Nederlandse bedrijfsleven zich er nog nauwelijks naar.
In vrijwel geen enkele directiekamer zit iemand die de volledige regie voert over energie als strategisch vraagstuk. Elke organisatie heeft een CFO. Maar een vergelijkbare rol voor energie, iemand die verbruiksdata vertaalt naar investeringskeuzes, die flexibiliteit inzet als instrument en die energiestrategie verbindt aan bedrijfsgroei, ontbreekt bijna overal. Ik noem die rol de Chief of Energy. Niet per se een nieuwe titel, maar wel een nieuw perspectief: energie als strategisch vraagstuk dat thuishoort in de directiekamer. Of een partner die die rol kan invullen.
Wat er al werkt
Het goede nieuws is dat de instrumenten er zijn. Tijdsafhankelijk verbruik, lokale opwek gecombineerd met batterijopslag, flexibele contractvormen met de netbeheerder: geen toekomstmuziek, maar oplossingen die vandaag al worden toegepast. Per 1 juli verandert het prioriteringskader van de netbeheerders. Wie bereid is flexibel met stroom om te gaan en waar nodig zijn energie-infrastructuur wil aanpassen, kan via nieuwe contractvormen eerder aan de beurt komen dan via de reguliere wachtrij. Wie wacht, staat achteraan.
De bedrijven die hier vroeg op hebben ingezet, staan niet in de wachtrij. Ze groeien, zijn weerbaarder tegen prijsschommelingen en ontlasten tegelijkertijd het net voor anderen. Energiestrategie en maatschappelijke verantwoordelijkheid vallen hier samen.
De beweging die nodig is
De overheid bouwt. Dat is nodig. Maar netcongestie​ oplossen door uitsluitend meer infrastructuur aan te leggen, is als een file aanpakken door alleen meer asfalt te storten. Het helpt, maar lost het structurele probleem niet op zolang het gedrag niet verandert.
Die gedragsverandering begint niet in Den Haag of bij de netbeheerder. Die begint in de directiekamer van het Nederlandse bedrijfsleven, door te onderzoeken wat wel mogelijk is. Met de erkenning dat energie geen operationele bijzaak meer is. Met iemand die er verantwoordelijk voor is. Met de bereidheid om eerst achter de eigen meter te kijken, voordat de hand wordt opgehouden bij de overheid.
Het net is op slot. Maar Nederland hoeft niet stil te staan.
Lees verder in deel 2: Wat doet een Chief of Energy eigenlijk?​
Het net is op slot. Maar Nederland hoeft niet stil te staan.
Deze klanten lopen al voorop
Avonturenpark Hellendoorn: voorop in energie
Redevco opent winkel ondanks netcongestie